Your journey of life!
 

'Lech Lecha'

"De HEERE nu zei tegen Abram: Gaat u -'Lech Lecha'- uit uw land, uit uw familiekring en uit het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal." (Genesis 12:1)

Abram en Sara moesten hun oude leven achterlaten, om de beloften (Gen. 12:2,3) van God te kunnen ontvangen. De keuze om gehoor te geven aan de roepstem van God en de reis zelf waren minstens zo belangrijk als de eindbestemming!

'Lech Lecha' betekent letterlijk: 'Ga' (lech) 'naar/aan/tot jezelf' (lecha)'. Alleen al de toevoeging van het woord 'lecha' laat zien dat deze tekst méér is dan alleen een opdracht om te vertrekken naar een ander land.

‘Ga tot jezelf’, tot je essentie… dat klinkt misschien nogal ‘werelds’, ‘zweverig’ of ‘zelfgericht’, maar wij geloven dat dit juist iets geweldig moois in zich heeft! Namelijk, dat onze reis met God ons dichter bij onszelf zal brengen, dichterbij hoe hij ons in essentie gemaakt heeft. Hij heeft ons uniek gemaakt, omdat Hij een uniek plan heeft met ons leven. Wij geloven dat Hij in potentie alles in ons gelegd heeft wat wij nodig hebben om te kunnen wandelen in dat plan. Maar door het leven in een gebroken wereld kunnen dingen bedekt en beschadigd zijn geraakt (gaven, talenten, verlangens, gevoelens…) en zijn we soms richting of zelfs iets van onszelf kwijt geraakt. Wie ben ik nou eigenlijk, wat is mijn taak, mijn roeping? Wat is mijn identiteit? 

En dat is wat wij zien als ‘terug gaan naar jezelf’, terug naar hoe God je in oorsprong bedoeld heeft. En dat is een proces! Een proces waarin de Heilige Geest steeds weer nieuwe dingen laat zien. Een proces waarin je dingen mag afleggen, maar ook dingen tot ontwikkeling mag brengen, een proces waarin je herstel en genezing mag ontvangen en tot bloei mag komen met de gaven en talenten die Hij in je heeft gelegd.

Rashi (een bekende Franse Rabijn uit de middeleeuwen die wordt beschouwd als een van de belangwekkendste verklaarders van de Tenach en de Talmoed), zegt over Lech Lecha:‘Lech Lecha betekent voor u, in uw eigen belang, tot uw [eigen] voordeel en tot uw [eigen] welzijn; want daar zal Ik u maken tot een groot volk, hier [daarentegen] zult gij het geluk niet smaken, kinderen te krijgen; en bovendien, opdat Ik uw karakter in de wereld bekend make’.

Rashi benadrukt dus een ander interessant aspect: Om de beloften die God had voor Abram, moést hij vertrekken: voor zijn eigen bestwil. 

Abram en Sara moesten hun oude leven achterlaten om - na een reis van uitdagingen en beproevingen - uiteindelijk Abraham (‘vader van een menigte’) en Sarah (‘vorstin’) te worden. Nieuwe namen die pasten bij de roeping die er op hun leven lag. 

Door ons geloof zijn wij ook ‘kinderen van Abraham’ geworden en hebben wij een nieuwe identiteit ontvangen! En net als Abraham en Sarah doorlopen wij als discipelen van Jezus hetzelfde proces: ons oude leven achterlaten om vol vertrouwen door beproevingen en uitdagingen heen, in een nieuw leven achter Jezus aan te gaan.